Ode aan de Ruygenhil (1976)

door Mw.E.Driesprong-Rijndorp
Aan ons stadje grenst een polder
de oude Ruygenhil
Wij geven u een folder
Wat dit voor ons zeggen wil
hij brengt voor onze Westhoek veel bieten op een hoop
de Coƶperatie vermaakt ze tot suiker en tot stroop.

Als in de vroege zomertijd
het koolzaad bloeiend staat
dan wordt geen stedeling benijd
die naar de bollen gaat
dan wordt de laatste braakgrond
met knolselderij beplant
en verderop staat aanstonds
de karwei te bloeien op het land.

Het vlas dat nu verdrongen is
had vroeger d` overhand
diezelfde mensen kweken nu
champignons, dat gaat zonder land
ze zijn niet weg te denken
als ze eenmaal zijn gekeurd
Wij kunnen ze ieder schenken
over prijs hoeft niet gezeurd.

Wat denkt u van de aardappel
die ied`re dag op tafel staat
of we ze schillen ofwel schrappen
koken, bakken of er frites van maakt
met erwten of met bonen
die worden ook bij ons verbouwd
bij allen die hier wonen
is dit als middagpot vertrouwd.

Des winters boerenkool met worst
voorwaar een lekkernij
en heb je dan eens erge dorst
drink je gerstebier daar bij
ook hutspot is heel lekker
`t wordt alles hier geteeld
dus kan het al niet gekker
als een mens zich hier verveeld.

De Ruygenhil glanst zomers
van koren velerlei
en menig stille dromer
ziet ajuin en malse prei
wat denkt u van het maanzaad
dat als `n papaver bloeit
O, overheid laat deze zaak
alstublieft toch ongemoeid.